Duurzaam stadskantoor verbruikt geen fossiele energie

donderdag 23 februari 2012 207x gelezen

Burgemeester en wethouders van Deventer willen een mooi maar vooral zeer duurzaam stadskantoor op een nu haveloze plek in de binnenstad. Het definitieve ontwerp van Michiel Riedijk toont een compact gebouw, waarbij architectuur en duurzaamheid hand in hand gaan. Door zonnepanelen, warmte- en koudeopslag en het gebruik van een warmtewiel voor de ventilatie gebruikt het stadskantoor geen fossiele brandstoffen. Investeren in nieuwbouw geeft bovendien een impuls aan de bouwsector, met hopelijk na de Europese aanbesteding een gunstig effect voor de lokale ondernemers.

De gemeenteraad heeft hoge eisen gesteld aan de duurzaamheid van het stadskantoor, uitgedrukt in GPR-scores en een kwalificatie van BREEAM-NL. De GPR-scores liggen bij bepaalde modules beduidend hoger dan de oorspronkelijke eisen van de raad. Op basis van BREEAM-NL wordt een kwalificatie ‘excellent’ behaald.

 

Energie

Het programma GPR-gebouw laat precies zien hoe het is gesteld met de kwaliteit en milieubelasting van het ontwerp op het gebied van energie, materialen, water, gezondheid en afval.

De GPR-score in de module energie is 9,0 (eis 9,0). Het stadskantoor wordt zonder radiatoren opgeleverd. Er wordt geen gebruik gemaakt van gas of olie. Om aan de elektriciteitsbehoefte te voldoen, komt er op het dak van het atrium 900 m2 aan zonnepanelen (PV-cellen). De elektriciteit die de gemeente dan nog moet inkopen, is groen. Paul van Bergen, directeur van ingenieursbureau DGMR en lid van het ontwerpteam: “Het definitief ontwerp is beduidend compacter  en daardoor energiezuiniger dan het voorontwerp. Op elektriciteit na, gebruikt het gebouw geen fossiele energie.”

 

Warmte- en koudeopslag

Het Stadhuiskwartier krijgt een open warmte- en koudeopslagsysteem (WKO). In een diepe grondwaterlaag wordt een warme en een koude bron gecreëerd. In de zomer wordt koud grondwater opgepompt. Dit water passeert een warmtewisselaar en koelt het water dat door de leidingen in de betonnen vloeren van het gebouw loopt. De betonnen vloeren vervullen zo de functie van koelelement (betonkernactivering). Het water dat de warmtewisselaar is gepasseerd, is warmer en wordt in de warme bron opgeslagen. In het najaar wordt de circulatierichting omgedraaid. Het warme grondwater verwarmt het water dat door de leidingen stroomt en de warmtepomp verwarmt het water eventueel nog wat bij. De betonnen vloeren geven een comfortabele warmte af. Van Bergen: “We onderzoeken ook koeling met IJsselwater. In de winter slaan we de koude uit de IJssel op in de bron, zodat we er in de zomer het gebouw mee kunnen koelen.” Het WKO-systeem wordt gekoppeld aan de al aanwezige stadsverwarming waarmee het historische stadhuis wordt verwarmd, zodat ook het historische deel duurzamer verwarmd en gekoeld kan worden. Het monumentale deel en het nieuwe stadskantoor wisselen op die manier onderling energie uit.

 

Ventilatie met warmtewiel

Voor de ventilatie van het gebouw wordt 100 procent verse buitenlucht naar binnen gebracht. De verse lucht wordt als een soort deken over de vloeren van de kantoren verspreid. Daardoor worden luchtverontreiniging en warmte van beneden naar boven verdrongen. “De warme lucht wordt afgevoerd naar het centrale atrium, zodat deze op temperatuur blijft. Vanuit het hoogste punt in het atrium wordt de warme lucht afgevoerd naar een warmtewiel in de technische ruimte,” legt Van Bergen uit. “Het mechanische wiel (warmtewisselaar) gebruikt de warmte om de verse, koude lucht van buiten mee te verwarmen, zodat er nog maar weinig extra energie nodig is.”

 

Materialen

Voor het stadskantoor worden robuuste, harde materialen gebruikt: steen, beton, gietijzer en eikenhout met FSC-keurmerk. Om sober en doelmatig met materialen om te gaan, wordt er gebruik gemaakt van standaardmaten voor bijvoorbeeld vloeren, plaatmaterialen en wanden. Van Bergen: “De kostenadviseur rekent uit wat de exploitatiekosten van energieverbruik, onderhoud, reparatie en vervanging zijn van de verschillende afwerkingsmaterialen. Zo kiezen we het meest duurzame materiaal met de laagste levensduurkosten. Gevels, daken en vloeren zijn bovendien uitstekend geïsoleerd en er is glas gekozen dat in de winter de warmte zoveel mogelijk binnenhoudt en zomers de zon reflecteert.” De aanpak levert een GPR-score op van 8,6 voor materialen (eis 8,5).

 

Recyclen

De gevel bestaat voor een groot deel uit robuust prefabbeton met daarin gerecycled natuursteengranulaat (haksel). Mogelijk wordt hiervoor natuursteen uit het oude stadskantoor gebruikt. “Zink is een waardevol materiaal. Daarom gebruiken we het zink van het oude stadskantoor om de nieuwe kappen mee te bedekken. Ook verwerken we veel FSC-hout, omdat dit materiaal hernieuwbaar is”, aldus Van Bergen.

 

Water

Voor water is de behaalde GPR-score 8,9 (eis 8,0). Tal van maatregelen, zoals toiletten met spoelonderbrekers, kranen met volumebegrenzers en waterbesparende douchekoppen minimaliseren het watergebruik. Daarnaast krijgt het gebouw deels groene daken: sedums en mossen houden het regenwater als een spons vast, zodat het kan verdampen in droge periodes. Van Bergen: “Op de schuine daken wordt het hemelwater afgevoerd naar een vijver in het Burgemeestershof. Dit voorkomt overbelasting van het riool en het water wordt gebruikt voor de planten. Het regenwater wordt niet gebruikt om de toiletten te spoelen, omdat dit de levensduur niet ten goede komt. Ook moet je dan agressieve schoonmaakmiddelen gaan gebruiken.”

 

Gezondheid

Op het gebied van gezondheid voor medewerkers en bezoekers behaalt het ontwerp een GPR-score van 9,4, (eis 8,5). Zo kunnen medewerkers zelf de temperatuur, ventilatie en zonwering regelen, is er een goed akoestiek en geluidsisolatie, stinken materialen niet en geven ze geen gassen af. “Door de hoge ramen en het licht vanuit het Atrium is er tot diep in het gebouw helder daglicht. Daarnaast kunnen er volop ramen open en dat is goed voor de ventilatie en gevoel van welzijn”, legt het lid van het ontwerpteam uit.

 

Afval

Tijdens de sloop van het oude en de bouw van het nieuwe stadskantoor wordt bouwafval zorgvuldig gescheiden en onnodige (plastic) verpakkingen voorkomen. Na de sleuteloverhandiging is er volop mogelijkheid om het afval zodanig te scheiden, dat er vooral grondstoffen overblijven. In de kelder zijn er opslagruimten voor recyclebaar materiaal en compost. Hiermee wordt de GPR-score voor afval een 9,4 (eis 8,0).

 

Robuust in de tijd

Riedijk heeft vooral een flexibel gebouw ontworpen. Compartimentering, materialen en lastenverdelingen zijn zo gekozen dat het stadskantoor in de toekomst (deels) een andere functie kan krijgen, van winkels tot verzorging. Door te kiezen voor royale vrije hoogtes is er volop mogelijkheid om in de toekomst installaties in te bouwen. Wethouder duurzaamheid Jos Pierey: “We realiseren hoge eisen op het gebied van energie, gezondheid, materialen, water en afval en we verduurzamen de bestaande gebouwen van het stadskwartier. Dat is iets waar Deventer trots op kan zijn.”


Reacties

Reacties

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 
















Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Uw reactie wordt getoond na verificatie.

bouwIQ is een uitgave van Aeneas.
© 2012 www.bouwiqonline.nl - alle rechten voorbehouden.